DE HEINING door Jan Van Loy - Hoofdstuk 44

 

44

 

Toen Bert Olsen werd vrijgelaten, vertrok hij met zijn vrouw onmiddellijk naar Polen, waar de handoplegger nog steeds standhield. Adams werd niet gekruisigd; hij werd nauwelijks genoemd.

Zeven dagen. Zo lang was het al geleden. Een lange tijd, zoals de eerste week op een nieuwe school of in een nieuwe baan. Voor de Kazans was de tijd waarschijnlijk oneindig uitgerekt. Voor mij was de intensiteit een beetje afgekalfd; ik ging weer werken en van mijn schrammen was bijna niets meer te zien. Maar ik was nog niet helemaal klaar voor ‘het leven gaat door’.

De advertentie voor het huis had ik gelukkig in beraad gehouden. Een andere bewoner die wilde verkopen, werd op tv beschreven als een oplichter die een partij defecte bakstenen op de markt wou gooien. ‘De prijs was voor dertig procent veiligheid,’ hoorde ik, uit de mond van een journalist die er maar eens met zijn pet naar gooide, ‘en deze veiligheid is nu slechts een illusie.’ De helikopterbeelden werden nog eens vertoond, op een bedje van dissonante violen. Terug naar de studio, waar een man in een duur confectiepak, vermoedelijk een deskundige, de waarde van de huizen in de Heining schatte op niet meer dan ‘de optelsom van materiaal en werkuren’.

‘Lul!’ riep ik naar het scherm. ‘In drek gedoopte zwijnenlul!’

‘Dat geschreeuw ga ik missen,’ zei Debbie vanuit de gang, waar ze net een koffer had neergezet. Ze droeg een donkerblauw mantelpak, net iets te hoog boven de knie om voor een stewardess te kunnen doorgaan. In het midden van de woonkamer maakte ze een pirouette. ‘En?’ vroeg ze.

‘Wat en?’

‘Ken je deze outfit nog? Van toen ik zo dik was?’

‘Ben je nu ook.’

‘Vandaar. Het past me nu weer.’

‘Ik snap niet dat je na een week of tien, of hoever je nu ook bent—dat je dan al zo vet kan worden.’

‘Het is niet alleen van de zwangerschap, maar ook van de stress.’

‘Stress? Is je nieuwe soms al op zoek naar jonger en slanker?’

Ze draaide zich om en ging op de sofa zitten.

‘Mag de tv uit?’ vroeg ze.

‘Nee.’

Ze zette de tv uit. ‘Overmorgen ga ik naar de kliniek. Ik maak eerst nog een superklein tripje naar de Ardennen.’

‘O? Gastronomisch weekend? Kind nog wat vetmesten voor het wordt geslacht?’

‘Ik kom daarna nog een keer terug voor mijn spullen. Voor de rest kan ik maar beter wegblijven, denk ik.’

‘En al die shit waarvoor we in deze vesting zijn komen wonen? Voel je je niet meer onveilig in de buitenwereld?’

Ze schudde haar hoofd en glimlachte. ‘Niet bij hem,’ zei ze.

Dat was geen schampschot.

‘Maak dan maar dat je wegkomt.’

Later op de avond zag ik de samenvatting van een Europese voetbalwedstrijd. Mozisco scoorde een onwezenlijk mooi doelpunt, en de telelenzen brachten zijn blijdschap, een koprol en wat heupwiegerij, uitgebreid in beeld, met een bis in slow motion. De hysterische reporter noemde hem ‘knotsgek en geniaal’.

 

 


DE HEINING © 2008 Jan Van Loy — HomeContact

 

Naar het begin van dit boek

 

Inhoud: 1  2  3  4  5  6  7  8  9  10  11  12  13  14
15  16  17  18  19  20  21  22  23  24
25  26  27  28  29  30  31  32  33  34
35  36  37  38  39  40  41  42  43  44
45  46  47  48  49  50  51  52  53  54
55  56  57  58  59  60  61